Het Vondelpark is voor mij een plek vol herinneringen. Als geboren en getogen Amsterdamse heb ik talloze middagen in dit stadspark doorgebracht. Als kind bij het Melkhuisje en het pierenbad, als tiener op de veldjes richting het Max Euweplein en als student bij het Blauwe Theehuis.
De zomer dat ik zwanger was van Ronja slopen Peter en ik als vossen om het pierenbadje heen. Volgend jaar zouden wij ook de onzichtbare toegangspas hebben voor deze plek, dan zouden wij met kind op de arm toetreden tot deze magische habitat. Weinig als ik toen van babies wist zat ik een jaar later met een zes maanden oude baby bij het badje. Ze sliep en was zich geenszins bewust van wat er zich om haar heen afspeelde. Wel kon ik alvast ons nieuwe territorium verkennen en de boel eens even goed bespieden.
Afgelopen vrijdag was het zover; we gingen naar het pierenbadje. We voorzagen Ronja van zonnebrandcrème, wapperde ons kleedje neer, stalde onze proviand uit en keken om ons heen. Waar was Ronja gebleven? Een paar kleedjes verderop stond ze bij een slapende moeder en een bal. Die bal ging met haar mee. In haar nakie liep ze er wat mee rond en kreeg toen een ander kleedje in het oog, met een emmertje. Ronja besloop de eigenaresse van achter en ruilde de bal behendig voor het emmertje en liep verder. Wij bekeken dit tafereel grinnikend van een afstandje en waren benieuwd naar haar volgende prooi. Nadat Ronja nog een diabolo had geruild voor een slipper en die weer voor een roze opblaas flamingo, deed papa een rondje terugruilen met de eigenlijke bezitters van de spullen. Zij leken niet verbaasd over deze gang van zaken en wuifden onze excuses weg. Wij keken elkaar blij aan en voelden ons direct thuis op onze nieuwe Vondelpark-stek.
Ronja wilde absoluut niet bij ons op het kleedje zitten, ze klauterde over het lage muurtje richting pierenbadje en ik mocht welgeteld één rondje met haar badderen. Daarna zette ze haar strooptocht voort, ik nestelde me lekker bij papa op het kleedje in de schaduw en we keken verder naar het schouwspel van dochterlief. Zij had zich inmiddels aangesloten bij een gezin met spelende kinderen dat na een tijdje hun lunch tevoorschijn haalde. Met wat gezwaai hadden ze inmiddels doorgekregen dat deze kleine rover bij ons hoorde en ze hielden iets omhoog. We zagen niet wat het was, maar de hoogzwangere dame die tussen onze kleedjes in zat schoot ons te hulp. Ze maakte contact met Ronja’s nieuwe ouders en riep ons vervolgens vragend toe: ‘ Mag ze komkommer?’ ‘Jahaa’ riepen wij terug. Later herhaalde dit dezelfde tafereel zich bij een ander gezin waar Ronja haar zinnen op een rijstcracker gezet had. Na een half uurtje kwam Ronja tevreden terug en mochten we naar huis.
Hier viel ze snel en zonder tegenstribbelen in een diepe slaap, terwijl wij trots boven haar bedje hingen te mijmeren over ons volgende bezoek aan het pierenbadje.
Roos


